| Alan Alexander Milne
|
| Alan Alexander Milne is geboren op 18 januari 1882 in Hampstead, Londen. Hij was de jongste van de drie zonen van John Vine Milne en Sarah Maria Heginbotham. Zijn vader was schoolmeester in de Henley House, waar Alan zijn eerste opvoeding ook kreeg. Hij deed zijn studies verder in de Westminster School en Trinity College, Cambridge, waar hij in 1903 afstudeerde met een diploma wiskunde. Milne's eerste literature poging is gepubliceerd in het geestige magazine Punch, waar Milne in 1906 begon te werken als assistent redacteur. In 1913 trouwde Milne met Dorothy de Selincourt, het petekind van redacteur, Owen Seaman.
|
|
| In februari 1915, tijdens het uitbreken van de eerste Wereldoorlog, was Milne ingetreden in het leger als sein-officier, ondanks het feit dat hij vredelievend was. In de lente van 1916 werd hij naar Frankrijk gestuurd maar hij heeft de gevechtslinie moeten verlaten omdat hij koorts had. Nadat hij genezen was werd hij in een seinvennootschap in Fort Southwick geplaatst tot zijn ontslag uit het leger, dit was in Februari 1919. Nadat hij het leger had verlaten nam Milne ook onslag bij het redactiebureau Punch en concentreerde hij zich op het schrijven. In 1923 publiceerde Vanity Fair zijn eerste kindergedicht 'Vespers'. Het gedicht ging over Christopher Robin (Janneman Robinson).
|
| Na het succes van 'Vespers' in 1924 publiceerde Milne een boek met kindergedichten getiteld 'When We Were Very Young', met tekeningen van Punch illustrator, Ernest Shepard. Dit boek had ook een gedichtje over een teddybeer met de tittel "however hard he tries grows tubby without exercise". Dit was Poeh's eerste onofficiele verschijning in A.A.Milne's geschriften. 'When We Were Very Young' was een direct succes en verkocht over de 50.000 kopieën in 8 weken tijd.
|
| Het was maar pas in 1925 dat Poeh officieel voorkwam. Milne's bijdrage voor de kerstmisavonduitgave van het avondnieuws was een verhaaltje voor het slapengaan dat hij had uitgevonden voor zijn zoon over avonturen dat hij had met zijn teddybeer beter gekend als Winnie de Poeh. Het was ook in deze tijd dat de Milne-familie verhuisde naar het huisje in Cotchford Farm in Sussex waar later de Poehboeken nog zouden evolueren.
|
|
| Dit verhaaltje voor het slapengaan vormde het eerste hoofdstuk van Milne's volgende boek genaamd 'Winnie-the-Pooh' (1926). Dit boek werd opgevolgd door versjes zoals 'Now We are Six' (1927), en 'The House at Pooh Corner' (1928). In een poging om zijn zoon te beschermen tegen de publiciteit verwekt door het succes van de Poehverhaaltjes, heeft Milne aangekondigd dat 'The House at Pooh Corner' zijn laatste Christopher Robin boek zou zijn.
|
| Interessant om te weten is dat Milne de Poehverhaaltjes en gedichtjes niet heeft geschreven voor kinderen maar voor het innerlijk kind in ons. Hij heeft ook nooit deze verhaaltjes en gedichtjes voorgelezen aan zijn zoon Christopher, maar in plaats daarvan amuseerde hij zijn zoon liever met de werken van P.G. Wodehouse, een van Milne's favoriete auteurs. Alhoewel Milne andere verhalen en gedichten bleef schrijven, bleven de Poeh-verhalen zijn best gekende werk. Vele jaren beklaagde Milne zichzelf voor het feit dat zijn beroemdheid gebaseerd was op kinderboeken, en niet op zijn auteurwerk. Vandaag worden zijn toneelstukken nog zelden uitgevoerd in professionele theaters, alhoewel amateurproducties worden gespeeld in bijna elke Engels-talig land in de wereld.
|
| In 1952 heeft Milne een hersenoperatie ondergaan waardoor hij invalide werd. Hij heeft de operatie overleefd en is weer naar huis mogen gaan in Cotchford Farm in Sussex, waar hij de rest van zijn leven spendeerde met lezen. Na een lange ziekte stierf hij op 31 januari 1956.
|
|
|